| Reisverslag |
Cambodja
Het zijn inmiddels de laatste uren in Cambodja. Nog even en dan via tussenstop Bangkok naar Myanmar (Burma). Alles is goed verlopen zover. Het tijdverschil naar Phnom Penh goed doorstaan al waren het bij overstap Bangkok wel een aantal moeilijke uren. Prima maatschappij trouwens Bangkok Airways, die hier de regio bevliegt en die het laatste stuk v Bankok naar Cambodja verzorgt. Zeer nieuwe toestellen en toch een maaltijd voor een vlucht van een uur. Netjes opgehaald van het vliegveld (service vh hotel) en de warme vochtige avond in. Geen hectiek in Phon Penh vwb verkeer. Een gewone rustige woensdag avond en een keurig hotel in een rustige wijk. Het Independance monument, een paar straten verder ligt er in de avond mooi verlicht bij. De volgende dag blijkt hoe ruim dit deel van de stad aangelegd is. Een enorm paviljoen achter het monument en even verder nog zo'n groot plein met het Vietnam monument. Zo loop je het enorme ommuurde complex tegenmoet waarin zich het koninklijk onderkomen bevindt en een Pagoda (tempel) en nog wel een met 5000 zilveren tegels a 1kg. Niet zo'n hele oude gebouwen maar wel erg mooi gebouwd in perfekt aangelegde tuinen. Tot op het takje gesnoeid. Het heeft veel weg van het koninklijke paleis in Bangkok. Het nationaal museum is vooral mooi omdat het gehuisvest is in een gebouw dat past in de stijl van de paleizen en vanwege de rustgevende patio tuin. De stad heeft een vriendelijke uistraling. Niet absurd veel verkeer en veel lawaai. Niet heel veel auto's maar wel ontzettende hoeveelheiden brommers. Plaats op de weg en rijrichting doet er niet toe, het rijdt allemaal rustig door elkaar heen. Enige verkeersregel is voorrang nemen totdat een ander voorrang neemt. De riverside van Phnom Penh is buitengewoon trendy. Bars en bistro's, clubs met hippe namen en westerse menu's, de beste cappuchino's... Niets te missen. Aan de rivierkade grote groepen mensen Thai Chi aan het doen... niet dus. Gezellig met z'n allen meeswingen op westerse aerobics, dat is in hier. Makkelijkst verplaatsen is hier met een moto. Je betaalt een dollar, stapt achter op de brommer en je laat de zwoele avondlucht langs je heen blazen. Onontkomelijk word je hier geconfronteerd met Cambodja's pijnlijke verleden. Tuol Sleng museum was vroeger Security Prison 21 (S-21) onder het Pol Pot regime (1975-1978). Iedereen die de Rode Khmer niet zinde werd hier naar toe gestuurd, en dat waren er nogal wat. Zo'n 17000. Een aantal kille vleugels vol kleine cellen en martelkamers. Je krijgt een idee van de marteltaktieken en bijbehorende werktuigen. Er is een hele registratie van alle gevangenen. Muren vol met pasfoto's met ontredderde gezichten met de dood in de ogen. Mannen vrouwen èn kinderen. Bijna iedereen belandde erna in Choeung Ek, een plek vlak buiten de stad waar ze werden omgebracht. Later ontdekt en bekend geworden onder de Killing Fields. Nu is er een monument ter herdenking van de ruim 8900 gevonden lijken en een museum waar de gruwelijkheden van het regime worden getoond. De massagraven zijn aangegeven met een aantal simpele gespannen touwtjes en verschoten houten bordjes. Het monument bestaat o.a. uit een wel tien meter hoge glazen vitrine met daarin schedels en botten van de overledenen. Macabere feiten. Om in de nabije omgeving geen argwaan te wekken werd keiharde muziek afgespeeld om het geschreew van de gevangenen te overstemmen; om het terrein heen zijn dijken aangelegd - mocht er en overstoming zijn dan konden de lijken niet onbedoeld boven komen drijven. Overigens kwamen in het hele land mensen om in werkkampen en agv oorlogs geweld. In 1979 bij de ontmanteling van het PP regime was het nog lang niet afgelopen met de ellende: de guerilla van de Rode Kmher, de bezetting door Vietnam. Toen het bericht kwam dat Pol Pot gestorven was in 1998 wilden mensen het eerst niet geloven. Als het eens niet waar zou zijn. Zo bang waren ze. Als erfenis zit Cambodia met miljoenen landmijnen. Ook op vandaag nog gaan nog landmijnen af en kosten ledematen en levens. In het landmijn museum ten noorden van Siem Reap wordt alles wat met landmijnen en Cambodja te maken heeft duidelijk. Opgericht door Aki Ra, vroeger mijnen legger en bekeerd tot een zeer gewaardeerd en kundig mijnen veger. Werkt tegenwoordig samen met internationale ontmijnings teams. Er liggen honderden (onschadelijk gemaakte) exemplaren en je kunt zien hoe je ze opspoort, hoe ze werken en onschadelijk worden gemaakt. Er is tevens een opvangtehuis voor mijnslachtoffers, ook opgericht door Aki. Ondanks deze minder prettige kant is er wat iedereen naar Cambodja trekt: de tempels van Angkor. En dat zijn er niet een paar. Ze liggen op zo'n 5 uur met de bus vanuit Phnom Penh in het noorden van Cambodja. Angkor Wat is wel de grootste en bekendste, maar er zijn er zoveel meer met elk hun bijzonderheden. Onmogelijk om ze allemaal te zien. Ze stammen uit de tijd van de Angkoriaanse koninkrijken van ca. 700-1200. Om enigzins een beeld te krijgen zijn minimaal 2 dagen nodig, maar het doet afbreuk aan de grootsheid van deze tempels. Van Ankor Wat wordt gezegd dat het een van de grootste menselijke architecturen is. Om het een beetje op het gemak te doen en niet over-tempeld te raken fiets en tuktuk ik er 4-5 dagen op uit. Als basis heb ik een rustige plek buiten Siem Reap (de dichtst bijzijnde stad in de buurt van de tempels) in de Lotus Lodge. In de reisgids kan ik er maar niet overheen lezen zonder te weerstaan: "rustige plek om bij te komen van de tempels met ruim zwembad en bar". Dan heb je toch geen keus?! Ondanks de 5 dagen tijd valt het plannen ervan niet mee. Meteen de indrukwekkendste sites of opbouwen naar een climax? Welke sla je over? Hoe omzeil je de drukte bij de bekendere tempels? Feit is dat Angkor een mega touristen trekker is. De uitgestrektheid van de ligging van de tempel complexen (30 bij 30 km) zorgt dat het wat verdeelt gelukkig, maar voor de hotspots moet je een beetje plannen en wat geluk hebben. Het is moeilijk de tempels en indrukken te beschrijven. Het is in ieder geval immens in grootte en er is nog heel veel in takt dwz er staat nog heel veel rechtop. Vele tempels hebben meerdere nivo's. Een aantal zijn deels overwoekerd door de jungle maar dat geeft een heel aparte atmosfeer. Verder is er ontzettend veel detail behouden gebleven. Prachtige uit steen gehouwen beelden, muur reliefs en pilaren. Het is net of je zo de wereld van de Indiana Jones-en en Lara Croft-en binnen wandelt (sterker nog, van de laatste zijn enkele filmscenes hier opgenomen). Even een contrast als je weer belaagd wordt door een horde kinderen die vragen om postkaarten, blikjes en andere prullaria. Maar weer vriendelijk afwimpelen. Af en toe moet je toch even zitten en drinken en dan is het wel vermakelijk om het spel tussen de jonge (meestal) meiden en de bezoekers te bekijken. Raak je zo in gesprek bij zo'n eetstalletje dan is het een en al bescheidenheid en vriendelijkheid. In deze tijd van het jaar is het dag in dag uit uren zitten en wat klanten proberen te trekken en de moed erin houden. En dat bijv voor meiden van 15-16. Goedlachs maken ze er inderdaad van dat het leuk blijft. En dat is ook een kunst. s' Avonds, als je uit getempeld bent, met een cocktailtje aan het zwembad is dan echt hard nodig om al deze indrukken te verwerken... Later in de avond kun je, als je wil, een hapje gaan eten in Siem Reap. Dit stadje heeft van de touristen housse goed gebruik gemaakt. Het is een kruising tussen New Orleans en Valkenburg: overal zijn moderne pubs, bars, restaurants en er zijn enkele nachtmarkten om het de bezoeker naar de zin te maken. Met dit rustige zwoele weer staan alle deuren wijd open en zitten de terassen vol. Alle denkbare westerse menu's worden aangeboden en er is zelfs een heuse "Pubstreet". Allerlei soorten massages worden aangeboden. Wat helemaal in is hier, zijn voetmassages. Geen manuele voetmassages, nee "massage" door vissen. Overal zie je mensen 2 dollar betalen, hun voeten in een meters groot aquarium steken, en een school vissen hun voeten laten plukken (...). Ik neem afscheid van Angkor Wat met een zonsopgang, en van mijn Lodge met uitstekende verzorging. Beiden met weemoed. Om terug richting Phnom Penh te komen neem ik de boot over het Tonle Sap meer via en div rivier vertakkingen naar Battambang. Onmetelijke mangrove gebieden en heel veel dorpjes die op het water drijven en leven van de visserij. Terwijl een koele wind waait door de open boot laat je alles rustig passeren. In Battambang is niet zo heel veel bijzonders te zien. Klein stadje en franse balkon gevels. Geeft wel kans om een dagje te tuktukken en wat tempels op een berg te bezoeken. Een relaxte dag. Tevens een ritje gemaakt met de bamboo train. Is geen trein maar een soort bamboe vlot op spoorwielen, aangedreven door een brommer motor. Alles niet groter dan 2 bij max 5 meter. Gaat best hard en geeft het echte geluid van treinwielen over de spoorstaven, inclusief de tikken bij de overgangen. Tegenliggers? In een wip is het geheel gedemonteerd en ligt alles langs het spoor. In mijn hotel werken wat jonge gastjes achter de balie die wat bij moeten verdienen voor de studie. Lange nachten doordraaien. 35 Dollar per maand is geen vetpot als je bedenkt dat 50 Dollar nodig is voor de opleiding. Maar de vriendelijkheid en behulpzaamheid is ongekend. Niets is teveel gevraagd. Nog even het beste restaurant van de Riverside van Phnom Penh pakken en Cambodja zit er op. De avondregen is net over. Myanmar In Myanmar aankomen is een verademing. Formaliteiten verlopen ordelijk en relaxed. Een paar stempels worden gezet in je paspoort en je hebt niet het idee dat je een land met een van de meest gehekelde regimes binnenloopt. Bij de aankomsthal wordt een bordje met mijn (verkeerd gespelde) naam omhoog gehouden. Dat is de taxi chauffeur die mijn hotel heeft gestuurd. Het is dampend warm. Heel ontspannen word ik naar het centrum van Yangon gereden door de uiterst vriendelijke chauffeur die goed engels spreekt. Je voelt je onmiddelijk op je gemak. Brommers zijn verboden in Yangon en dat geeft een heel rustig verkeersbeeld. Men rijdt er rechts en het stuur zit onlogischerwijs... rechts. Het doet op het eerste oog helemaal niet Aziatisch aan. Je ziet nog veel oude panden uit de engelse tijd, wel in slechte staat, maar het draagt bij aan de wat on-aziatische uitstraling van Yangon. In het knusse Three Seasons hotel, een houten pandje tussen de betonbouw, staat de televisie aan waar de recent vrijgelaten Aung San Suu Kyi net een menigte staat toe te spreken. Welkom in Myanmar. Meteen de eerste avond het centrum Yangon verkennen. Op de troittoirs van Yangon is er veel bedrijvigheid. Een geschikte eetgelegenheid vinden lastig. Het wordt de plaatselijke Indiër met een nietszeggende schotel. Het heeft te maken met de Phnom Penh verwennerij. Het is hier een stapje terug. In de dagen erna wordt duidelijk dat je de nettere restaurants moet weten, je loopt ze niet zo tegen het lijf. Een MacDonalds of Kentucky, die je wel eens als redmiddel kunt gebruiken of een andere westerse keten, is hier niet aanwezig vanwege de internationale boycot. Westerse banken evenmin dus geen ATMs in heel Myanmar. Mijn moneybelt zit daarom vol contante verse dollarbiljetten. De GSM kan voorlopig ook onder in de rugzak want het Burmese netwerk is no-go voor westerse SIM kaarten. Voor het select groepje Burmezen met een handy is het een status symbool. Internet werkt in ieder geval wel in Yangon. Alle mannen dragen Longhy, lange doeken om de heup geslagen reikend tot aan de enkels met een knoop in de taille: geen jeans of shorts. Verder in het straatbeeld massa's Toyota Corolla's. Bijna uitsluitend modellen jaren tachtig zijn te zien. De import is kennelijk eind jaren 80 gestopt (...). Je ziet zelfs mooie Toyota sport coupés als taxi. Die zonder zo'n middenstijl in het voorportier. De uiterlijke staat is triest, maar heerlijk doorwaaien bij deze vochtige avondwarmte. Eén ding is nadrukkelijk merkbaar. Je voelt je op je gemak en het is hier absoluut veilig op straat. Mensen zijn beleefd, vriendelijk en oprecht geinterreseerd maar nooit opdringerig. Ze zijn echt blij dat je er bent, nadat ze je gevraagd hebben waar je vandaan komt. Een warm welkom. Hoe dan ook Myanmar is niet zo 123 te plaatsen of vergelijkbaar. Myanmar is "anders". De vertrekken van het Three Seasons hotel hebben gelakte teakhouten vloeren en wanden en zien er prachtig uit. Het ontbijt verast met 3 soorten fruit, j'us, toast, eieren én heerlijke klaargemaakte pannekoeken. Als gast voel je je in de watten gelegd, en bovenal het komt met een ongekende hartelijkheid. Niets is teveel gevraagd. Een mooi uitzicht op het straatje beneden en intussen keuvel je met de andere gasten. De nonnen komen net voorbij voor hun dagelijkse ronde voor rijst. Al vroeg in de morgen is er overal bedrijvigheid in de stad. Kranten worden gesorteerd, de bussen rijden af en aan met schreeuwende bustouts en mensen eten aan straat. Eén van de belangrijkste Pagoda's Yangon is Sule Paya, een grote stupa (omgekeerd wijnglas) in het hart van een druk verkeersplein downtown Yagon. Iedereen komt er zijn gebedje doen als dagelijkse routine zo lijkt het. Of ik een foto wil maken van hen, vragen 2 meiden. Iemand die vraagt om een foto? In Myanmar gebeurt het. Intussen blijkt de Parisian Cakes en Coffee een ideale basis om even uit te blazen in het midden van de stad. Rustig zitten, mooi uitzicht en de beste brownies. Om je Dollars om te zeten in Myanmar Kyats ga je naar Bogyoke Aung San Markt. Met grote coupures de beste koers. Alles wordt netjes en open afgehandeld. Geen gefoezel met biljetten die snel verwisseld worden of dergelijke bedriegelijke trucs. Het klopt tot op het laatste biljet en dikke stapels gaan de rugzak in. Het Kandawghy Meer ligt midden in de stad. Het is een klein meertje waar je niet langs loopt maar over. Over een planken steiger dan wel die boven het water over het meer slingert. Als een korte namiddag regen net is weg getrokken, begint de goudkleurige Shwedagon Paya in de verte boven het meer op te lichten. Shwedagon Paya, de heiligste plek voor Bhuddisten in Myanmar ligt op een heuvel midden in Yangon en is een enorm complex. Een halve dag moet je ervoor uittrekken. Een grote stupa en talloze kleinere tempels en -tjes en een mega verzameling Bhudda's: enorm. Tegen de avond begint het echt vol te stromen met monniken en mensen en wordt er gebeden, en worden de ontelbare Bhuddabeelden ritueel gewassen. De "road to Mandalay" is lang en gaat voor mij met de nachtbus. 10 uur in aziatisch formaat stoelen maar wel met airco. En niet te vergeten een tandenborstel met mini tube tandpasta. Geen rijtijdenwet hier want de chauffeur kan de ogen amper openhouden. Het gaat gelukkig allemaal goed en rond 6 uur 's morgens word je gedropt op het chaotische busstation van Mandalay. Gelukkig plaats in Peacock Lodge. Ze zijn net de ontbijten aan het serveren op het terras en dat is voor mij hoognodig. Even bijkomen van de busreis op deze rustige plek in de prachtige tuin. Ook hier doet de gastvrijheid je onmiddelijk op je gemak voelen. Het zegt genoeg dat de receptie meteen de huiskamer is van de familie. De eigenaresse, ik noem haar de lady of the house, loopt tegen de 70 en is zeer sympathiek en uiterst behulpzaam. Ze heeft echt hart voor haar gasten. Alice helpt me mijn plan verder uit te werken voor de rest vd reis. Daarnaast helpt ze me met allerlei praktische zaken zoals het organiseren v taxi's en maken v reserveringen voor bussen en hotels. Niets is teveel moeite. Ze kent de goede guesthouses en heeft zeer nuttige adviezen. Ze is zeer goed onderlegd, spreekt perfekt engels en voelt perfekt aan wat de bedoeling is. Alles wordt vervolgens efficient afgehandeld. Ze is onderwijzeres geweest en runt nu deze Lodge op deze plek net buiten het centrum van Mandalay met hulp van haar familie. Ik heb geboft op deze plek terecht te komen. Bijzonderste attracties in Mandalay zijn wederom pagoda's. De Mahamuni Paya is de heiligste pagoda. De Bhudda wordt met ultra dunne velletjes goud belegd. De monnik die ik tref vraagt het mij ook te doen. Dus de trap op naar het plateau met het beeld. Ongetwijfeld zullen de aanwezige vrouwen het met dubbele gevoelens aanzien. Wat zouden zij er voor over hebben om dit ritueel eenmaal te mogen doen. Dat is nl. hier niet weggelegd voor vrouwen. De nabijheid van het Bhudda beeld is voor hen verboden terrein. Voelt ongemakkelijk als je over de schouder kijkt vanaf het beeld, en je ze beneden ziet zitten, terwijl je hun zicht belemmert op het beeld... De gouden velletjes ofwel goldleafs, worden hier in div goldleaf werkplaatsen gemaakt. Goudklompjes worden hier verwerkt tot goud folie van een honderste milimeter en vervolgens in stappen verwerkt naar diktes van rond 3 micrometer. Dit gebeurt door er op te meppen met enorme hamers. Zo'n velletje is zo licht dat je het wegblaast en kost 70 dollar cent. Het koninklijke paleis plus fort ligt in het hart v Mandalay en heeft een gracht en ommuring van bijna een mijl bij een mijl. Rondom Mandalay ook nog wat restanten v oude koninklijke steden. Meest bijzonder is de teakhouten brug van 1,5 km en bestaat uit meer dan 1000 massieve teakhouten palen. De monniken uit het klooster in de buurt doen een ommetje in de avondzon en vertellen vol enthousiasme over hun kloosterbestaan. Voor hen om 4 uur 's morgens de eerste gebeden... Het vriendelijke karakter van Myanmar is overal voelbaar. Spreek iemand aan, steek een hand op, knik iemand toe, je ziet mensen opleven en hartelijk reageren. Burmees tempo maakt de busreis naar Bagan tot een dag. 6-7 uur sukkelen over minder dan 200 km. Het is het waard want Bagan is uniek. De tempels zijn op zich al prachtig, maar het is vooral de omgeving hier die het geheel zo bijzonder maakt. Een verzameling van honderden tempels uit de periode ca. 1000-1250 in allerlei formaten, willekeurig verspreid over een zanderig gebied van 10 bij 10 km. Je fietst er zo tussen de tempels door over kleine paadjes of helemaal geen pad. Overal doemen tempels op aan de horizon en kuddes met vee lopen er rond. Je komt regelmatig oeroude ossenkarren tegen die helemaal vol gestouwd zijn. Je zit midden in een middeleeuws decor. De meeste tempels zijn goed behouden gebleven. Binnen in een aantal tempels zijn fresco's te zien, en de donkere gangen waar je door loopt roepen een aparte atmosfeer op. De ene tempel heeft nog mooiere Bhudda beelden dan de andere. De grote tempels zijn tot wel een meter of 60 hoog. Je kunt naar boven op de tempels gaan waar je een heel mooi uitzicht hebt op de tempels in de omtrek. In de verte kun je Irrawaddy rivier zien liggen. Tussen twaalf en twee moet je zorgen dat je uit de zon bent. In een restaurantje op je gemak een paar uur relaxen en bijkomen vd indrukken bij een vers papayasapje, avocado salade of een beef curry. De mensen zijn de eenvoud zelf. Je voelt je echt gast bij deze ontzettend hartelijke Burmezen. Het is lastig genoeg om een bestaan op te bouwen hier. De zoon van de restauranthouder is gek van vliegtuigen en wil graag een technische studie gaan doen. Dat is niet weggelegd voor het normale volk en dus ook niet voor hem al wil zijn vader beter geloven. Alice heeft trouwens gezorgd dat ik hier in het mooie Golden Express Hotel terecht ben gekomen. Een mooie ligging, mijn hotelkamer ligt bijna tussen de tempels, en het zeer complete ontbijt is op een prachig gelegen gazon. De weg vervolgt weer terug naar Mandalay. Een onverwacht pittige tocht want het wordt 8 uur houten bankje in een propvolle lokale bus. Wat anders dan de heenweg. Het is donker als ik weer in de Peacock Lodge arriveer. Met Alice worden de laatste dingen doorgesproken en afgehandeld voor het vervolg van mijn reis. Ik ga op haar advies de route binnendoor richting Inle Lake. De prive taxi daarvoor wordt geregeld. Reizen per taxi geeft de kans om op een meer ontspannen en comfortabele manier te reizen en meer te zien onderweg. Natuurlijk wordt door haar alvast gereserveerd voor overnachtingen in een hotel waar, naar ze zelf zegt, ook werkelijk zorg aan de gasten gegeven wordt dus méér dan alleen een verblijf. Hoe kun je haar eigen visie treffender omschrijven? Op de bank voor de TV is net het nieuws bezig. We zien Aung San Suu Kyi op bezoek ergens in het land bij een project voor sociale ontwikkeling van Burmese vrouwen. Tekenend is dat dit programma niet door de Myanmar televisie wordt uitgezonden maar door DVB, de Democratic Voice of Burma, een omroep gerund door Burmezen in Oslo. Alice geeft aan dat om te hervormen naar democratie je van onderaf moet beginnen, met name de zwakke sociale groepen bewust te maken van democratie en mensenrechten. Vrouwen bewust maken is daarbij heel belangrijk omdat het een hele grote en in Burma onwetende groep is in dit opzicht. Ze zijn er nooit bewust van gemaakt in het huidige systeem. Als geen ander kan Suu, zelf als vrouw, de vrouwen van Myanmar aanspreken. Alice denkt ook dat de juiste strategie van Suu Kyi is om democratie van onderaf en van het volk zelf uit te mobiliseren en niet zozeer met haar partij, de National Leage for Democracy, het huidige regime te confronteren. In een ander news item zie je dat vrouwen van een van de etnische minderheidsgroepen in Myanmar geleerd moet worden dat agressie en onderdrukking van mannen niet hoort. Er is nog een lange weg te gaan voor Myanmar... De volgende morgen wordt de bagage in de privé taxi geladen en gaan we op weg richting zuiden, richting Inle lake. De route is de aanloop naar het hogerliggende Shan State, een provincie aan de oostkant van Myanmar. De smalle weg komt langs vele kleine dorpjes en op het land is men volop bezig met het verwerken van de oogst welke veelal op ossekarren wordt geladen. Lekker om zo af en toe eens te stoppen en de omgeving op je te laten inwerken. Het landschap is plaatselijk als een lappendeken door de verschillende gewassen die verbouwd worden waaronder ook bloemen. De tijd lijkt hier stil te hebben gestaan. De Corolla station moet af en toe flink klimmen. 's Avonds wordt Pindaya bereikt, waar ik overnacht in een statig maar leeg staatshotel. Pindaya is bekend vanwege zijn grotten waarin elke vierkante meter wordt bezet door Bhudda's. Duizenden zijn het er. Nog even de markt van Pindaya meepikken waar de lokalen uit de omgeving zich verzamelen voor hun koopwaar. Shan state is de provincie met de vele kleine etnische groepen herkenbaar aan ieders eigen traditionele klederdracht en vaak taal. De plaatelsijke markt is dé plek om deze mensen te zien. In de namiddag komen we aan in Nyaungshwe aan het Inle meer. De voor de komende dagen, de Four Sisters Inn, ligt vlak aan het kanaal naar het meer en ik word van harte welkom geheten in hun schattige brabbel engels. "I no school, brother - 'ope you unstand me, brother - we 4 sister, brother - 2 here, one in Amsdam, brother - one in Ge'meny, brother - we live her' wi' famaly brother". De oudste sister dirigeert me naar mijn kamer. You like, brother? Ik weet het nu al, Alice heeft me precies naar de goede plek gestuurd. De
volgende dagen spelen zich af op en rond het Inle meer.
Sister leidt ons rond per boot samen met andere gasten. Als de kille
ochtendmist is opgetrokken boven het meer komen de groen begroeide
bergen langs
het meer tevoorschijn en is er een strak blauwe lucht. Omdat het meer
op zo'n
duizend meter ligt is het hier lang niet zo vochtig als in de rest van
het land
en minder warm; een zeer aangenaam klimaat. Al varende met de motorboot
met de
koele vaarwind in het gezicht is het heerlijk om het meer te verkennen.
Overal
zie je vissers met hun bootjes op het meer peddelen in een unieke
roeistijl met
de voet. Karakteristieke dorpjes compleet gebouwd op palen met huizen
die zijn
te bereiken via kanalen, en die de "straten" van het dorp vormen.
Overal varen kleine bootjes rond. Tussen de huizen en op de veranda's
is er
overal groen en de mensen zijn in de weer. Het is fascinerend om te
zien hoe de
Inle's in harmonie met het water leven. In uitgestrekte "drijvende"
tuinen worden groenten verbouwd die op de markt verhandeld worden. In
deze
water wereld bezoeken we pagoda's en kloosters, zien we mooie
uitzichten over
het meer, en intrigerende mensen. Per boot laten we alle mooie dingen
langs ons
heen glijden. Het zijn een paar onvergetelijke laatste dagen in dit
heel
bijzondere, hartverwarmende land. |