Reisverslag

Op woensdag 23 december kom ik aan in Addis Ababa. De eerste middag voornamelijk gebruikt om de geldzaken te regelen voor de 4 weken durende trip hier in Ethiopie. Een kwestie van de kassier te ontmoeten en afrekenen. Vooraf was alles al afgesproken en het tour programma bepaald. Met Natnael, contactpersoon van de South Expedition, touroperator hier in Addis, had ik al uitgebreid mail contact gehad voor het organiseren van deze Ethiopie reis. Een telefoontje aan George was genoeg om de lading aan contante Euro’s over te dragen. In het Taifu hotel op de hotel kamer een hele geldschuiverij, want er moet ook nog gewisseld worden in Ethiopische Birrs. Het klopt allemaal precies dus een goed gevoel. Met stapels Birrs in bezit kan ik er voorlopig tegen. Inmiddels had ik al kennis gemaakt met mijn reisgenoten, Jan en Tiny, op de trap op weg naar boven. Een ouder nederlands paar, dus kon niet missen. Met hen maak ik deze reis; een 4WD voor vier weken hier in Ethiopie is namelijk in je eentje onbetaalbaar. Nog even door het centrum v Addis lopen en een cola scoren van 25 cent. Na een de injera (n traditioneel Ethiopisch gerecht) samen in het hotel zit de sfeer er al goed in. Het dient met de hand gegeten te worden en het smaakt heerlijk. Het is het een goed gevoel om de laatste drukke weken met een echte Ethiopische rode wijn weg te spoelen.

De 4WD (een Toyota Landcruiser van 20 jaar oud) geinspecteerd, kennis gemaakt m onze chauffeur Temesgen, en zo rijden we na wat nodige boodschappen de volgende morgen Addis uit. Chauffeur/gids, in die volgorde en met de nadruk op chauffeur. Een hele goede kerel, maar zijn engels is slecht. De eerste dagen zijn een opwarmer. De Omo vallei in het zuiden straks is belangrijkste gebied van interesse. We bezoeken een oude opgraving met oude stenen werktuigen gebruikt door de mens. Men zegt dat de bakermat van de beschaving in deze regio ontstaan is. Homo erectus, de voorouder van Homo sapiens zou hier geleefd hebben. De de eerste grotkerk zien we. In dit zeer kleine plaatje eten we tibs, geitenvlees geroosterd opgediend in een onderstel met houtskool. En het kost allemaal bijna niets. 2 Euro voor een compleet maal voor 4 man.

Het is heel luxe reizen met drie man in de Landcruiser. Het is een hele brede auto waar je alle ruimte hebt en ideaal zicht, vooral als je op de brede bijrijders bank voorin zit. De wegen richting zuiden worden slechter en slechter. Er is hier een enorm wegen project bezig. Nieuwe betere wegen zijn in wording. Vervelend gevolg hiervan is dat je steeds zgn "detours" moet doen. Dit zijn tijdelijke zandwegen parallel aan de afgesloten toekomstige hoofd "rijbaan" meestal alleen nog maar een bed van grind. Deze detours zijn ontzettend slecht en de Landcruiser wordt afgebeuld. Langs de weg halen kinderen de gekste capriolen uit om de aandacht te trekken (lees: proberen om wat Birrs te verdienen). Van de gekste lokale dansjes tot aan op de handen lopen toe. De hotels zijn zacht uitgedrukt heel erg sober. Het sanitair slecht en de WCs ronduit smerig. De maaltijden heel eentonig. Pasta en tomantensaus is dankzij de korte Italiaanse inmenging (de enige kolonisator heel kort tijdens WOII) beschikbaar naast rijst. Wat vlees en bijna geen groenten. Geen hoogstandjes, alleen maagvulling. De injera is  als lunch een welkome afwisseling en het enige lichtpuntje op culinair gebied. Het eten met de hand hiervan wordt onderhand routine

In Arba Minch is er Lake Chamo. Een zgn rifvalley lake. De Riftvalley is een enorm laagland tussen 2 hooglanden in, lopend van noord naar zuid van Ethiopie, in de vorm van een fuik. Langs de steilranden zijn er heel veel meren verspreid. We zitten hier in een mooi hotel met een groot terras met uitzicht over het meer. Met een boot zijn er enorme krokodillen te zien van nog geen 10 meter. Tevens heel veel pelikanen en andere volgels. Een prachtig gezicht tegen de achtergrond van de bergketens van de steilrand. Vlakbij Arba Minch in de bergen op weg naar het dorpje Chencha komen we in contact met de eerste etnische groep hier, Dorze. De hutjes liggen in het weelderige groene landschap verspreid. In Chencha bezoeken we de kleurrijke lokale zaterdagmarkt. Door de regen die nacht en de leemachtige toplaag is de bodem net slijk en spekglad. De auto’s glibberen door de smalle straatjes van het stadje. Aan het einde van het bezoek moeten natuurlijk mee naar de plaatselijk kroeg waar ieder even bijkomt van de marktdag onder genot van mango likeur en de plaatselijke muziek clips afgespeeld op DVD. Wij worden uiteraard enorm verbaasd begroet en moeten natuurlijk meedrinken van het oranje nat uit een grote ton.

De eerste week bezoeken we verschillende stammen in het diepe zuiden, in de Omo vallei. Een heel afgezonderd gebied. Zeer slechte wegen, geen elektriciteit en vaak geen stromend water. Een luidruchtige generator op de achtergrond om 's avonds "rustig" bij te kunnen lezen, want er is voor de rest niets te beleven in dit godverlaten gebied. Vanuit Turmi de thuisbasis hier, bezoeken we verschillende dorpjes in alle hoeken. Steeds een andere etnische groep zoals Arbore, Hamar, Dasanech, Karo en Mursi. De eerste ontmoeting met de Arbore verliep niet zo positief. Excorbitante gages en een onprettige opdringerigheid. Birr, birr, birr, photo, photo, photo! Gelukkig verloopt dit bij de navolgende ontmoetingen beter. Wel de nodige birrs voor plaatjes maken en de gage voor het dorp, maar het gaat op een aangename manier. Iedereen wil natuurlijk wat bijverdienen met een plaatje. Gunstig bijverschijnsel is dat ze zich extra mooi maken. En mooi zijn ze. Die uitdrukkingen op de vaak getekende gezichten, de sierraden, kleding en huidtekeningen. De trots. Anders was deze cultuur al lang ver loren gegaan. Alle negatieve omstandigheden zoals onhygiene en stank neem je voor lief. Die typische geur die niet te omschrijven is. Zelfs het geld ruikt ernaar!

Maandag hebben we het geluk aanwezig te mogen zijn bij een bulljump ceremony van de Hamar, een van de grootste groepen hier. Dit is een pre-huwelijks ceremonie om de mannelijkheid van de bruidegom te beproeven. Het begint met dansen van de vrouwen vh dorp die de mannen uitdagen om hen te slaan met takken als met een zweep. Gaat enorm hard, tot bloedens toe. Het is een ware geseling. Deze wonden worden kunstmatig geinfecteerd waardoor dikke littekens ontstaan. Deze geven de vrouwen aanzien in de zin dat ze een goede sterke vrouw zijn en een goede huwelijks kandidaat. Huwelijken worden hier voorbestemd door de familie, waarbij huwelijks giften in de vorm van vee een grote rol spelen. Aan het eind van de ceremonie moet de man over meerdere koeieruggen lopen en deze test goed afleggen. Anders is het een blamage. Wat een belevenis. De weg naar de Karo in Kolcho is een zeer zware route. Vanwege de regen is er enorme modder en moeten we een uur wachten voordat de rivier voldoende gezakt is voor overtocht. Voor onze chauffeur is het een gevecht om door de modder poelen te komen. We verrijden ons en laten ons de weg wijzen door een Karo. Wat een geluk. Tot onze schrik zien we dat wat zojuist nog een stroompje was, opgeweld is tot een rivier. Daar bevonden we ons zojuist nog achter, dus aan de verkeerde kant. Dus nog net op tijd de goede keuze gemaakt om te keren. De beloning is ernaar. Wat een schitterende ligging dit dorp in een bocht hoog boven de Omo rivier. Geen opdringerigheid maar rust. Wat een mooie verschijning deze mensen. Deze dagen nog verschillende markten aangedaan. Van verre komen hier de mensen op af. Heel kleurrijk. De laatste dag in de Omo vallei is om de Mursi te bezoeken. Geprijsd en verguisd. Bekend om hun enorme ingesneden onderlip met daarin een grote ronde schijf. Het draait hier weer om trots en aanzien. Iets unieks. Ze staan bekend vrij opdringerig soms agressief te zijn. Echter onze lokale gidse Mimi heeft alles onder controle. Het gaat allemaal vlekkeloos. Een heel mooi dorpje in een geweldige omgeving. Een prachtige weg er naartoe door het National Park. De Mursi mannen staan langs de weg in vol ornaat, dwz beschilderd en alleen dat. Een andere wereld...

Inmiddels is het juist nieuwjaar. Een solitaire gebeurtenis hier want de Ethiopiers hebben een andere jaartelling (het is hier nu 2002) en hun jaar begint op 11 sept. In een lokale nachtclub in Jinka vier ik samen met enkele 4WD chauffeurs het nieuwe jaar. Heeft het toch nog een feestelijk tintje. De opvolgende dagen gaat het weer richting Addis. Halverwege in de buurt van Dilla is een Stelae veld te zien. Een soort grafstenen van rond jr 900-1200. Vlakbij is een dienst in een klein kerkje aan de gang met gezang van een koor. Zeer apart om hier even midden in te zitten. Verder zien we bijna onvindbare rotstekeningen van 3000 jr. Op de weg naar het noorden kom je door talloze troosteloze dorpjes en stadjes van niks. In Nederland zouden we zeggen krottenwijken. Golfplaten, nauwelijks stenen gebouwen, troep, chaos en heel veel volk en vee op straat. Het is hier gewoon dat het gemotoriseerd verkeer er met volle snelheid doorheen raast. Zo ook onze chauffeur ondanks regelmatig aandringen op voorzichtigheid. Op de claxon en door. Je ziet de mensen wegstuiven. En al die kleine kinderen. Bijna aanrijdingen met koeien, ezels, geiten. Je houdt je hart vast. Op veel plaatsen zie je al kitcherige kerstbomen opgetuigd worden (Kerst is hier bijna 2 weken later). Komt het toch nog een beetje goed met het Kerstgevoel.

Na Bale Mountains wordt Addis weer bereikt. We zijn uitgenodigd bij Temesgen onze chauffeur voor het Kerstmaal. Injera met kip en eigengebrouwen bier. Een zeer bijzondere ervaring. Vereerd als we zijn, zien we hoe hij met zijn (beeldschone) vrouw en 2 kleine dochtertjes leeft in een zeer klein huisje midden in Addis. Voor Ethiopische begrippen luxe, want Temesgen heeft een goed salaris vergeleken met de gemiddelde Ethiopier. Hij verdient veel meer dan zijn broer die leraar is en het met 45 Euro per maand moet doen. Er is zelfs een koelkast en TV. De volgende dag maken we nog kennis met zijn ouders en andere broers en zussen. We kennen alle verhalen van hen hoe het reilt en zeilt met ze. Hele vriendelijke en goede mensen die ons uitnodigen voor de koffie. Echter we moeten aan Ethiopie deel 2 (het noorden) gaan beginnen.

Na het zuiden is het nu zaak om de tweede helft van de acht, met Addis als knooppunt, te gaan ronden: het noorden. Twee dagen eerder dan gepland beginnen we hieraan. Daardoor is Aksum in het noorden haalbaar om aan de doen. Het past allemaal precies.

Op eerste Ethiopische Kerstdag van start vanuit Addis in NW richting. De wegen zijn op dit stuk beter: glad asfalt. De afstanden zijn groot, maar het aantal te rijden uren is acceptabel. Zo'n 5 a 6 gemiddeld per dag, gecombineerd met wat bezienswaardigheden op de route. Ik zit voortaan steeds voorin de Landcruiser, dus 1e klas zicht. De relatie met Temsegen is er op vooruit gegaan na zijn bezoek thuis. Hij is ook wat relaxter en wat vrijer. Met zijn engels gaat het wat beter.

De eerste echt gebouwde (niet uitgehouwen) orthodoxe kerk is eenvoudig maar met mooi glas in lood werk. Door Selassie neergezet en dat betekent een exentrieke stijl. De Italianen hebben hier in de jaren 30 enorm huisgehouden in het voormalig klooster op deze plek. Je ziet aan de dorpen waar je doorheen rijdt dat het wat welvarender is hier dan het zuiden, wat minder troosteloos. De zon is nu definitief doorgebroken en het landschap wordt mooier en mooier. Overal is men bezig te oogsten en zijn grote hopen gemaakt van de sorgum, er wordt gedorst met enorme koeien die rondjes draaien op de velden. Langs de wegen niets dan bedrijvigheid. Alles wat hooi kan dragen: paard en wagen, ezels, vrouwen... De laatste lijken balen hooi met twee benen er onder. De hotels waar we overnachten zijn niet geweldig, maar een stuk beter dan in het zuiden. Samen met Jan en Tinie doen we iedere dag een wodka mango juice om een uur of vijf, zes. Als het even kan in de avondzon, op een piepklein balkonnetje of gewoon op de kamer. De injera's beginnen ingeburgerd te raken als lunch. Even als het eten ervan met de hand. Licht en hartig. Dit doen we vaak in een klein lokaal restaurantje waar de nodige bekijks getrokken wordt. Op de TV zie je video clips van Ethiopische toppers zoals Sora. Schouder dansende mannen en vrouwen op een snel ritme bewegend met op de achtergrond Ethiopische taferelen. Men is er hier dol op.

We steken Blue Nile gorge over. Een enorme canyon die lijkt op zijn grote broer, alleen iets bescheidener. Met het Tanameer iets verder noordelijk als bron stroomt de blauwe Nijl met de krul naar het westen richting Sudan om vervolgens samen met de witte Nijl naar Egypte te gaan. Op eilandjes in het Tanameer liggen verschillende oude orthodoxe kerkjes. Met een bootje kun je deze bereiken. Vaak ronde gebouwtjes met een rieten dak die je bereikt na een paar minuten lopen van de wal. Iemand moet dan de plaatselijke priester gaan waarschuwen om de sleutel vh kerkje te gaan halen, waarop je het dan tegen vergoeding kunt bekijken. De eeuwen oude deuren gaan open om het licht binnen te laten, en te laten schijnen op prachtige bijbelse schilderingen. Gordijnen gaan opzij om de mooiste plekjes te laten zien in het halfduister. De Ethiopische christelijke historie is begonnen 4 eeuwen na Chr. en is rijk aan legenden. Bv Keizerin Sheba die samen m Koning Salomon v Israel zoon Menelik krijgt. Die vervolgens de Arc of convenants mee naar Ethiopie neemt. Daar zou ie thans nog zijn... Dat zou volgens de legende het begin vh Christendom zijn maar feitelijk is het 400 nChr. Deze taferelen worden uitgebreid in de kerken uitgebeeld.

In Gonder, centrum van het Gonder keizerrijk rond de 17e eeuw, zijn kastelen en paleizen te zien waar de keizers regeerd hebben. In een goede staat. Het moet een rijk leven zijn geweest hier in de bloeiperiode. Deze tijd van het jaar is de tijd van de bruiloften. Bruidsparen gekleed in een keizersgewaad met kroon en een joelende klappende dansende menigte er omheen. Zo moeten vroegere keizers er dus hebben uitgezien. Voor de Simien Mountains nemen we Debark als basis, zo'n 100 km boven Gonder. De weg is weer onverhard nu en slingert steil omhoog en de Landcruiser moet flink aan de bak. Het landschap verandert langzaam in een prachtig berglandschap. In Debark hebben we een erg schoon en goed hotel. Niet in de laatste plaats door kamermeisje Matricha. Zij is de vliegende maagd hier. Ze is ergens bezig of ze is ergens naar toe, altijd om het de gasten naar de zin te maken. Ze is erg jong, enorm spontaan, hardwerkend en altijd een lach. Het sneue is dat ze wat aan haar oog heeft. Haar rechter oog kijkt in de vrije ruimte. Hier is er geen geld om dat soort dingen te opereren.

Het is niet de eerste keer dat we worden geconfronteerd met het groepstrauma. Van die reizende groepen die je ernorm voor de voeten kunnen lopen bij een bezienswaardigheid of de wachttijd voor het ontbijt vertienvoudigen. Of anders alle plekken in een hotel bezetten. We komen ladingen tegen en steeds opnieuw want steeds trekken ze naar dezelfde attractieve lokaties. En het is hoogseizoen hier. Vaak 60 plussers, italianen, spanjaarden, israeli's, fransen, nederlanders ...zucht. Om gek van te worden! Spreken vaak geen woord over de grens en zijn nog te incompetent om zelf het eten te bestellen. Dat moet de reisleider dan doen. Sommigen geven toe het ook niet leuk te vinden in zo'n groep. Jeuk jeuk! We ontwijken ze zoveel mogelijk. In dat opzicht vol lof over Jan en Tinie. Beiden zeventiger en gewoon zelfstandig georganiseerd het land door. Ik sta er versteld van hoe makkelijk zij zich aan de vaak primitieve omstandigheden aanpassen. Ze hebben dan ook veel in de derde wereld gewerkt en gewoond, maar toch. 1 dag in het nationaal park van Simien mountains. Majestieuze berg massieven waar je op neer kijkt langs zeer steile afgronden. Een wandeling van een paar uur tot ca. 4200m. 

Op het noordelijkste punt bereiken we Aksum. Een stad met veel historie. De weg ernaar toe vanuit Debark is in 1 woord schitterend. Wat een berglandschappen. Het is een van de langste reisdagen. In Tigai bezoeken we nog een aantal zeer bijzondere kerken die liggen hoog in steile rotsen uitgehouwen. Je moet er naartoe klimmen. In 1 ervan is een dienst bezig. In het donker wordt bij een vlammetje uit de bijbel gereciteerd.

Als laatste doen we Lalibela 3 dagen aan, iets waar we de hele reis naar uitgekeken hebben. Een stadje mooi gelegen in de bergen waar de bekende uit rots gehouwen kerken te bewonderen zijn, daterend uit ca. 11e eeuw en gemaakt in de tijd van Koning Lalibela. De kerken van Lalibela zijn aan alle kanten uit rots uitgehouwen en liggen verdiept in de grond, iets unieks. De eerste dag is er om deze kunststukken uitgebreid te bekijken. Binnen is er bijna geen licht, alleen de stralen die uit de spaarzame openingen naar binnen komen. In ons Heaven guesthouse is het ook echt heaven. Eenvoudig maar zeer aangenaam zijn onze kamers, mooi gelegen aan een binnenplaatje. En rust. Heerlijk om hier 3 dagen te blijven deze laatse week. Heerlijke ontbijtjes met goede Ethiopisch koffie en vette omeletten. Precies is de reis afgestemd om rond deze tijd hier te zijn in Lalibela tijdens Timkat, de viering van het doopfeest van Christus. Een kerkelijk festival waarbij de heilige stukken uit de kerk gedragen worden (talbots, ofwel replica's van de Arc of convenants). Een grote processie met dansende en zingende priesters trekt door het stadje. Massa's mensen komen erop af en de optocht slingert door de bergachtige heuvels vd stad. Iedereen danst en host mee. Mensen zijn op hun best gekleed in witte gewaden. Zelfs de kinderen hebben prachige kleren aan. In de ochtend is er de waterceremonie om het doopfeest te bezegelen. Een heilige mis waar aan het einde een grote poel water wordt gezegend door de patriarch. Wat er aan het einde van de mis op het moment van zegening gebeurt is nauwelijks te beschrijven. Het water wordt door de patriarch verspreid. Op dat moment stormen de honderden priesters die op de eerste rij staan naar voren om de zegening te ontvangen. Vervolgens stroomt de hele massa mensen erachter naar voren om het zelfde te doen. Binnen een mum is alles rondom de poul mensen massa en emmers water worden over het publiek uitgestort die het gretig ontvangen. Het mondt uit in 1 groot water ballet! Iedereen joelt en heeft de grootste lol en wordt kleddernat.

In ons hotel in Lalibela zit een duits camerateam van de ARD. Zij maken opnamen van het Timkat festival hier (uitzending 30 januari, Duitsland 1, ca. 14h). Ik spreek met de reporter, een zeer sympatieke man. Zij zitten met 3 man in Afrika met als basis Nairobi. Zij doen alle reportages, documentaraires en nieuws voor de duitse televisie in Afrika. In Lalibela maken ze een documentaire over een priester hier tegen de achtergrond van de orthodoxe kerk. Hij vertelt over prijs die zij aan de kerk hebben moeten betalen om hier te draaien en hoe het is gegaan. Koehandel. Wel 2500 USD! Zo'n uitzending geeft een enorme positieve impuls voor het toerisme hier dus het is niet te begrijpen waarom zo'n enorme bedragen (voor Eth begrippen). Van de patriarch heeft hij dan ook geen hoge dunk. Al hun opdrachten van de duitse televisie zijn strak ingepland en het draaien en monteren moet gebeuren onder vaak hoge tijdsdruk. Een leuk vak maar daar moet je tegen kunnen. Zij vliegen van hot naar her door Afrika. Je moet voor dit nomaden leven geboren zijn zegt ie. Zijn huwelijk heeft het niet overleefd maar bezoekt wel regelmatig zijn kinderen in Duitsland.

De laatste twee dagen zijn lange reisdagen. Onderweg moet Temsegen een onbeholpen fietser (fietsen kunnen ze hier niet) die even niet oplet ontwijken. Een flitsende noodstop van onze chauffeur en de fietser verdwijnt ongedeerd in de greppel. Na al die koeien, geiten, schapen en ezels die de hele reis soms ternauwernood konden worden ontweken is ook dit goed afgelopen. Temsegen heeft het geweldig goed voor ons gedaan. Na bijna 6000 veilige kilometers is er in Addis afscheid van iedereen met de lekkerste pizza’s sinds tijden. Temsegen, Jan en Tinie, en George. Het was een geweldige reis. We zullen Ethiopië gaan missen.