Reisverslag

 

Wat was het goed om jullie allemaal te zien bij het afscheid in Bakel. En wat een belevenis het vertek. Al die camera's, die mensen aan de kant. Fantastisch. Wat een enthousiasme! Voor ons is het als een roes voorbij getrokken. 

Dat begon al vanaf het moment dat we de auto op onze plek van team "geel"neerzetten. De laatste briefing. De spullen die nog meemoeten, afgehaald moeten worden, laatste inpak akties, jullie ontvangen, de laatste foto'ste maken. Dan het definitieve moment. Afscheid nemen en instappen en oprijden naar de start. We mogen als eerste vertrekken. Het is echt begonnen. Nu begint pas door te dringen hoeveel mensen er zijn als je uit het raampje kijkt. De burgemeester die de deur opentrekt en ons nog eveneen hart onder de riem steekt, de camera, de microfoons die ons in hetgezicht geduwd worden. Onze namen die afgeroepen worden. De pseudo FransBaur die net te lang doorzingt, de steile helling van de trailer: spanning ten top. Nu eindelijk naar boven. Dan het moment dat je boven op de trailer aankomt: wow. Wat een mensen massa! Langs de haag van mensen afrijden, jullie nog voor de laatste keer uitzwaaien… Werkelijk een spectakel. Toch wel even bijkomen die eerste uurtjes erna. Tsjoe. Om stil van te worden. Wij hebben de rest van de dag met ons hoofd in de wolken rondgereden. En zo ervoeren onze collega teams het ook. Allen dank voor jullie hartverwarmende bijdrage! 

De eerste dagen worden er veel kms afgelegd op de Europese snelwegen. Via Luxemburg komen we op de overnachtingplek van de eerste dag Forge Saint-Marie, ergens in N-Frankrijk ten oosten v Parijs. Een eenvoudige gites. De laatste kms hiernaar toe voert via donkere slingerende weggetjes. De eerste avond is het napraten over het spectakel v Bakel en het beter leren kennen van de verschillende teams. Het media circus houdt nog even aan want Hart v Nederland heeft een reportage van de GfA start die middag. Dit zien we gezamenlijk via het grote scherm. De volgende ochtend is het bitter koud en het heeft wat gesneeuwd. Prachtige besneeuwde taferelen van het Franse platteland. We moeten  voorlopig Orleans aanhouden en de weg trekt zich lang. Vervolgens is het de E5 tot voorbij Toulouse. Regen regen regen. De F1 (een autobaan overnachtings keten) hier is lastig te vinden vanwege de slechte Tomtom informatie betreft het adres. De eerste lange dag.zit erop. De Rocky houdt zich prima en de goede stoelen zijn een zegen. Het wordt deze dag nog wel even doorwerken tot 12h want de voeding van ons bakkie is uitgevallen. 

Ons team geel met mijn teammaat Ton Mertens bestaat als teamlead bestaatuit 5 teams.Care for Africa - Frans en Maja, Minimax, Team Sanders, Team Domstad en Team Friesland, waarvan de laatste 2 studenten teams zijn. Met onze bakkies houden we elkaar op de hoogte van de route, zorgen we dat we netjes bij elkaar blijven, reageren we op wat we zien, en last but not least, wordt er slap geouwehoerd (…) De communicatie via de bakkies geeft een heel andere dimensie. Je zit niet alleen in je auto, maar je zit met z’n allen in de auto. Een hele nieuwe ervaring en heel aangenaam. De sfeer is goed, de reis vlot goed en de komende dagen ontwikkelt zich een goed ingespeeld team. De jongens (leerlingen) doen het goed, acteren volwassenen zijn erg zelfstandig. Gewoon een leuke club. 

De Pyreneen gaan we bij nader inzien over via Andorra. Een mooie pas met enorme pakken sneeuw. Bovenop skie-ers en pistes. Ineens zit je in wintersportland. Een sneeuwballen gevecht blijft niet uit. Nog even een akkefietje met een police incognito. Een van onze jongens kon het niet nalaten wat sneeuwballen naar een toevallig passerende “skie-er” te gooien. Bemiddelen voorkomt verdere ellende gelukkig. Achter de pas breekt de zon definitief door in de veelal modaine Andoriaaanse stadjes. Het is lente. Espana here we come! Nog even flink autobaan stampen en via Zaragoza belanden we in Guardalajara, een stuk voor Madrid. Onder Madrid worden de landschappen groener, de zon warmer en het vakante gevoelsterker. Via Granada en de Middelandse Zee bereiken we Sotogrande, de verzamelplaats voor de overtocht naar Marokko. 

In Marokko voelt alles toch wat anders. Het is duidelijk dat je van continent veranderd bent. Wat meteen opvalt is dat het hier heel erg groen is. Niet iets wat je direct verwacht. Ons team is versterkt met Rocky goes hattrick ofwel Rode Rocky. Nu zijn we dus met 6 auto’s.We tuffen door div dorpjes op zoek naar de eerste pin automaten. Op een gegeven moment bezetten we een heel stadsplein met 6 barrels. Als je maar kunt opschieten met de politie. Veel opzienbarende blikken onderweg ook. Zwaaien, duimen omhoog. Mensen hebben in de gaten dat er iets speciaals aan de hand is. In het Rifgebergte, het gebied boven Fes, heb je mooie groene valleien,verrassende gezichten, enorm afwisselend. De lunch nemen we op een heel mooi plekje in de zon. Het is zomer! De eerste camping overnachting is in Chefchouan. Het blijkt dat we een joekel van een tent bij ons hebben. Een aanbieding en zonder uitpakken in de auto gegooid - dan krijg je dat. Een balzaal tussen de 2 slaaptenten.Eerste kookoefening en kampvuur proef doorstaan.Babi pangang in blik, dus koud kunstje. De sfeer zit er goed in.Echter bitterkoude nacht.De rit naar Fes de volgende dag trekt zich langer dan gedacht, maar het is een feest door dit Rifgebergte te slingeren. Een schitterende route. Slapen doen we op de camping van Fes, maar in werkelijkheid slapen we in een grote zaal die ooit eens als moskee gediend heeft. De tijd wordt genomen om een halve dag Fes te bekijken. Een doolhof v smalle steegjes met moskeetjes en winkeltjes, glooiend tegen heuveltjes aan. Let op de gepakte ezels die voorbij draven! Het zicht op de kleurrijke verfbaden van de leerlooierij is bijzonder. Met Ton, Frans en Maja vinden we gelukkig ook wat tijd om een theetje te nemen op het gemak. 

Ondertussen hebben we ons goed geinstalleerd in onze Rocky. Alles heeft z’n plek en het is comfortabel reizen dankzij de goede stoelen. Hij geeft geen krimp en verbruikt bijna geen olie. Dit in tegenstelling tot de overige barrels. Raampje open, armpje eruit: heerlijk. Ook ons team blijft zich ontwikkelen. Gangmakers  Minimax spelen een sleutelrol en de jongenslopen ermee weg. We naderen Marakesh maar het is te ver voor 1 ruk dus we nemen aan het eind vd dag een hotel in…. De volgende dag besluiten we tot een de tour door het Atlas gebergte. Werkelijk een schitterende route.Slinger de slinger. Besneeuwde toppen, kleine dorpjes, prachtige uitzichten, een waterval, en zelfs een klein plaatselijk marktje. Alle op de ezel aangevoerde waren uitgestald en schitterende typetjes die er rondlopen. Echt authentiek. Mensen langs de weg die zwaaien. In de avondpakken donkere wolken samen maar we vinden een goed en goedkoop hotel inde Marakesh met zelfs een parkeergarage voor de auto’s. Samen met Ton de eerste smaak v Marakesh proeven. Couscous in een knus restaurantje. En nog even naar de kapper aan het grote plein. Combien pour une coupe? Geen antwoord. Geen betekent, ik bepaal zelf wat ik geef. Dus eind vh liedje is, het is nooit genoeg wat je geeft. Wel een goede coupe. De volgende dag hebben we een half dagje in Marakesh. Wat door de enge straatjes met mooie straatbeelden. Kleurrijke tapijten, kruiden, zilverwaar en zelfs leguanen in kooitjes. 

Na Marakesh is het kilometers stampen, zo’n 600 km per dag. De wegen worden langer, rechter en saaier, het landschap dorrer. Minder dorpjes.Maar inmiddels hebben we de jukebox op orde en kunnen we genieten van de muziek. Ondertussen staat de 27MC stand-by voor de social talk.In Agadir staan we op een 5 sterren camping tjokvol met campers van fransen en duitsers. Een piepklein plekje is nog over voor auto’s en tenten. Een gezamenlijke rijsttafel bereid onder regie van de heren Minimax. Het blijft maar droger en warmer worden. En stoffig. Het Sahara zand is in aantocht. Je rijdt wel steeds in de buurt van de zee. Vlak voor Layounee overnachten we op een kleine campsite met bedouine tentjes. Lekker warm en je hoeft geen tent op te zetten. De ligging is werkelijk prachtig met uitzicht over woestijn en in de verte de zee. De lange etappe naar Dakhla valt wel mee. De lange dagen beginnen routine te worden en de muziek helpt een handje. Bij Dakhla de tent opzetten is een gevecht met de wind. Rustig wat eten bij Casa Luis aan de boulevard.‘s Nachts klappert alles aan de tent wat er aan kan klapperen. Eindelijk een rustdag. Even tijd om bij te komen. Eigenlijk heet het hier ook wel Westelijke Sahara, maar de Marokkanen erkennen het niet. Veel meer politie controles hier, maar met onze fiches (kopietjes met persoonlijke gegevens) kunnen we meestal sneldoor. Af en toe geven we wat zaden weg, ook aan polities. Avez vous unjardin monsieur? En dan met een stalen gezicht ja knikken! Midden in deze steppe woestijn! Wat sightsee-en in Dakhla, waar eigenlijk niet zoveel te zien is. Kamelen kijken je vriendelijk aan vanuit de pick-up trucks.

Vanuit Dakhla de grens over met Mauretanie. Je ziet dat je in een ander land komt. Veel meer zandduinen en grappige kleine huisjes, lijkend op spookdorpen. In Nouadibou bezoeken we de eerste school waar GfA aandoneert. Kan me niet onttrekken aan de indruk dat er veel moeite is gedaan door de school om beter voor de dag te komen dan de werkelijkheid.Opvallend is dat er nogal wat materiaal staat te pronken, maar ongebruikt is. Een peperdure Beltzer steeksleutel set zonder een krasje… Apperatuur waarvoor geen krachtstroom is (gedoneerd door andere organisaties). Het nivo van de werkstukken is bedroevend. Hulp houdt niet op bij doneren,maar begint daar pas. Nazorg in de vorm van installatie en implementatie is cruciaal. En toezicht plus hulp om de continuïteit te waarborgen.Anders verzandt het. Is mijn indruk tenminste. De Afrikaanse mentaliteit.Ontwikkelingshulp is niet zo simpel. De officiele overdracht van spullen met de hoge heren vd school komt een beetje blase over. Evenals het feest,georganiseerd vlak bij ons verblijf. Hier zitten alleen de rijke Mauretaniers. De meesten licht van tint, meer arabisch uiterlijk en goedgekleed. Wat een contrast met de slecht bedeelden die achter het Heras hekwerk van onze auberge smeken om stylo’s en andere “cadeaux“. Of beter schrijnend. Het geven, heb ik gemerkt, is niet zo’n lol. De route waar wij passeren is natuurlijke  een veel begane route van westerse karavanen, en iedereen hier weet dat die uitdelen. Reden om het geven nog even uit te stellen bij bv scholen later deze reis. 

Eindelijk is het dan zover. Drie dagen de woestijn in. Het lastigste stuk van de reis.Alle tanks zijn gevuld met diesel, onze Rocky is er klaarvoor. Wij ook. Hier heeft ieder zo lang naar uitgekeken… Rechts de hoofdweg af en we staan met 400km zand voor de wielen. Four Wheel drive ingeschakeld. Vooraf zijn we enigszins voorbereid met een aantal summiere instructies. Voor de mulle stukken zand de vaart erin houden; voldoendeafstand tot de voorganger; mocht deze vastraken dan passeren en doorrijden tot het volgende stuk vastere bodem. Daar wachten en eventueel terug lopen om te helpen. De gids helpt ons met de route en vastlopers. In de voorste wagen geeft de gids met alarmlichten aan als er mulle stukken in aantocht zijn. Hiermee moet je het doen. Geen 4WD cursus verder. Het gaat nu dus echt gebeuren. Al gauw nadert de het eerste zanderige stuk. Vaart maken,niet te hoog opschakelen. Het voelt alsof er iemand aan de handrem trektop het moment dat je het mulle zand inrijdt. Gas bijgeven tot op de plank.Eerste wagen voor ons vast. Erlangs laveren op vol vermogen nu. Tweedewagen voor ons vast. Als je nu inhoudt raak je zelf vast. Dus voet op de plank houden. Maar waar is er een weg langs? Frakties van seconden. Snel beslissen anders klap je erop. Op goed geluk het stuur om, hopend dat erachter dat heuveltje geen obstakels zijn. We schieten erlangs. Baf,pittige landing aan de andere kant van de heuvel en de vaart blijft erin.Geslaagde aktie. Waar is er een harde plek hier waar we even kunnen stoppen om de rest te helpen? Nog even gassen en ja daar kan gestopt worden. Op de plaats rust. Tsjoe, even bijkomen. Hart in de keel. Welcometo the desert! Hoe krijg je gestrande wagens uit het zand? De gids is er meester in.Zelfs de twee 2WDs die in onze groep zitten, en die raken regelmatig vast,komen weer los zij het met zijn kunst en vliegwerk. En rijden dat hij kan.Graven, duwen en listig sturen. Duwen met alle man, ofwel “tout le monde poussez!”. Onze Rocky ontpopt zich als een echte woestijntijger. Geweldigom mee te rijden en gaat als een scheermes door het Sahara zand en trekt ons door alles heen zonder ook maar een keer teleur te stellen. Zo af en toe wel even spannend. Af en toe eens eens links of rechts anderen voorbijschieten. Fun! En dat alles in dit prachtige zeer gevarieerde Sahara decor. Die gigantische vlaktes. Stofgordijnen die voor je opdoemen. Al die glooiende vormen en de ribbels door de wind gevormd. Wel een grote stofbende vooral in de kampen, maar na een aantal dagen gezandstraald worden weet je niet beter. Mooi om te zien dat ieder geniet van dit avontuur. ’s Avonds een potje koken en een kampvuurtje. En briljante sterrenhemels. Na 3 enerverende dagen met het zand krakend tussen de kaken rollen we Nouakshot binnen voor een welverdiende rustdag. 

Nouakshot, op het eerste oog nietszeggend deze stad, totdat je op de kleding markt bent geweest. Op het plein verkeerschaos en rijen met afgereden Renault 12 taxis. Een enorme patio met 2 verdiepingen galerije nmet alleen maar kleding en stoffen winkels, naai ateliers. Wat een explosie van kleuren. Om van te duizelen.Mauretanie eindigt met nog een uitdagen stukje stuur en ontwijkkunst overeen zand weg met heuveltjes die weg hebben van een motor crossbaan: op en neer. Aan de grens met Senegal zijn we eindelijk uitgestoven. Het zandhazen in Mauretanie is voorbij. Na 3 uur grens oponthoud en zeurende kinderen strijken we neer in de Zebrabar net  ten zuiden v Saint Louis Senegal. Een dagje relaxen. De morgen wordt gebruikt om een overschot aanpennen en kleurpotloden en knuffels weg te geven op het plaatselijk schooltje. Dit doen we samen met Frans, Maja, Jasper en Arjan. Hier ishet, in tegenstelling tot de meest plekken langs de weg, wel een voldoening om weg te geven. Als een groepje van ca. 30 twee tot vijfjarigen je toezingen als welkom. In de hogere klassen probeer ik in m’n beste middelbare school frans uit te leggen aan de leerlingen waar we vandaan komen en wat deze  we komen doen. We praten wat met de leerkrachten (leuke juffrouwtjes trouwens) over hoe het reilt en zeilt. Ze hebben ook een jardin waar de leerlingen wat groenten planten. Dus de zaden die we bij ons hebben gaan ook van de hand. Maar 40 procent van de kinderen van dit dorp kan hier op deze school zitten. De rest kan hier niet terecht. Deze lummelen dus rond. De meeste ouders werken in Gambia(400 km verder) en zijn de hele week van huis. Grand pere en grand mere moeten de opvoeding doen en dat is geen goede situatie. De goed bedoelde giften als de onze komen zo in een heel ander daglicht te staan. Heerlijk om dit gevoel in de middag weg te zwemmen in de zee bij de camping. 

Vandaag hebben we Lac Rose bereikt, de officiele finish plaats v Paris-Dakar. Senegal is veel groener en je ziet ontelbare Baobaps (heeltypisch gevormde bomen). Áls beloning kun je bij ons hotel in een azuurblauw zwembad duiken als beloning. Toch een mijlpaal deze plek. Bakel lijkt een eeuwigheid geleden, maar toch is het een raar idee dat je hier helemaal op eigen kracht naar toe gereden bent. Even stilstaan, wantmorgen bereiken we eindpunt Banjul. We gaan dit leventje met alle belevenissen en gezelligheid hard missen de komende tijd.

De laatste etappe. Banjul in zicht. Het voelt als de Tour de France, je weet dat je Parijs gaat halen, maar je bent er nog niet. Voor ons betekent dit een warme en vooral lange dag met enorm slechte wegen. Nu herinner ik me ook weer (was hier in 2005 al eens) dat na Kaolak Senegal de weg enorm slecht wordt. Zeer vermoeiend rijden. Dan nog eens een dik uur wachten bij de grens en we weten dat we Banjul niet voor het donker gaan halen. Intussen rijden we door de eerste Gambiaanse dorpjes. Ontelbare kinderen sprinten naar de weg en wuiven en schreeuwen hallo. Onze stoet - we rijden in karavaan met alle 26 teams naar de veerboot - trekt enorme aandacht. Een waar welkom in The Gambia. De mensen zijn wel aanhoudend met het vragen naar cadeaux, maar ze blijven wel beleefd en fatsoenlijk. We krijgen zelfs een mintplantje voor thee kado van een mooie dame met een ziveren schaal op haar hoofd. De wachttijd voor de veerboot om de Gambia rivier over te steken duurt nog eens anderhalf uur&  In de wachtsluis bij de veerboot zijn er mensen die van alles te koop aanbieden. Echt iets waar je op zit te wachten na zo n rit. Maar het is toch wel amusant. Nu de voertaal engels is, kun je veel beter verbale spelletjes spelen. Velen, waaronder ook jonge kinderen proberen iets aan de man te brengen of iets los te troggelen. Sierlijk en vlot bewegen de jonge maar ook oudere dames zich voort met hun waar op het hoofd. Hoe kun je nou een meisje van 7 weerstaan die voor de auto een dans-act opvoert? I can dance mister! Tiedeliedelie zingt ze en ze beweegt vrolijk op en neer. De mooiste pen uit de auto verdiend! Op de boot passen juist al onze 26 voertuigen en het wordt even een disco-boot. Even die ontlading. In politie escorte doen we het laatste stuk naar Kairoh Garden, ons definitieve eindpunt. Nog wat zandweggetjes slalommen, dit zijn onze Champs dus. Ineens een haag van mensen. Vlaggetjes en gejoel, daverend getrommel.Wat een leuk onthaal. Het Bakel gevoel komt even terug. Rechts de bocht om. WE ZIJN ER! Felicitaties aan eenieder en chapagne.

Saluts a tous

Joop