Ben onderweg in het Midden Oosten. Damascus - Syrië was beginpunt van mijn reis. Nu zo'n 2000 km en 12 dagen geleden, per taxi's, bussen en huurauto.
Het is niet te merken dat je hier in het politiek roerigste gebied vd wereld zit. Niet aan de mensen tenminste. Het eerste wat opvalt is dat de mensen je absoluut niet lastigvallen, zelfs geen acht op je slaan zolang je daar niet om vraagt. Je kunt gewoon je gang gaan. Maar uiterst bescheiden, geduldig, beleefd erg gastvrij. Altijd de tijd nemend om je te helpen. Het eerste antwoord nadat je zegt waarvan je vandaan komt is een warm "welcome" in "Jordan" of "Syria". Berovingen, diefstal e.d. niet aan de orde. Heb me zelden ergens zo veilig gevoeld als hier, ook 's nachts.
Omdat mijn tijd deze reis beperkt is (18 dagen) en toch 2 landen wil bezoeken (Syrië, Jordanië) moet het tempo erin blijven. 1 dagje Damascus om te beginnen is daarom voldoende en ideaal om een beetje te wennen aan de midden oosterse sferen. Niet zo moeilijk want Damascus is een 'vriendelijke' stad. Het oude centrum met de enorm grote Souq en zeer heilige Ummayyad Moskee (na Mekka en Medina 's werelds heiligste) zijn de interessantste dingen om te zien. Op zo'n eerste avond na een rally-rit per taxi door Damascus naar het hotel, maar eens het oude centrum in. De avond valt hier enorm vroeg, om 17h. Dat geeft de souq een heel ander beeld, zeker gezien de zwart gesluierde vrouwen. Eerst een hapje eten. Krijg het menu onder m'n neus geschoven. Ai, alleen Arabisch. Dan maar de beproefde de Chinese strategie: aanwijzen wat de buren op tafel hebben. Voor alles is een oplossing. Het eten ziet er allemaal prachtig uit en smaakt navenant: schotels met groenten, vlees, brood, salades. De Moskee is werkelijk prachtig. Twee voetbalvelden aan marmer, en schitterende mozaïeken. In een van de catacomben liggen stoffelijke resten van een of andere afstammeling van Mohammed en dat levert de nodige emotionele taferelen van de sluierdames afdeling. De gebedsruimte is immens, met enorme kroonluchters en versieringen. Op deze dag is het bijzonder druk omdat het vrijdag, de gebedsdag, is. Dit betekent in de stad een zee van rust en weinig verkeer. Azem Palace is een vroeger optrekje van de gouverneur v Damascus. Prachtig syrisch stijl huis met binnenplaats en tuin. Er zitten nogal wat gevluchte Irakezen hier in Syrië. Een welgestelde naast mij aan tafel vindt het er niet veilig nu. Onder Saddam was dat in ieder geval iets wat wél beter was. Ook Koerden zie je veel. Zo'n volk wat overal thuisloos is. Voor een mager loon werken ze hier bv in restaurants. Een dollar voor een hele dag. Vriendelijk zijn ze allemaal.
Voort naar Jordanië. In een uurtje of 4 ben je in Amman met de service taxi (140 km/h heel normaal), bij gratie van de Syrische en Jordaanse douane. Amman is op vele heuvels gebouwd en dat geeft het karakter aan deze stad. Ertussen torent een gigantische vlaggenmast en dito vlag. Toonbeeld v nationalisme van dit politiek stabiele koninkrijk met Abdulla II (zoon van oud Koning Hussein). Het verhaal gaat dat de King himself zich pleegt te vermommen als taxi chauffeur om te peilen wat de mensen vinden van het land en de koning. Allemaal keurige mensen die Jordanen. Geduldig en beleefd en altijd een "welcome in Jordan" klaar. Amman is een korte tussenstop. Op zaterdag avond even een bioscoopje pakken, dat kan ook hier, en de volgende dag weer verder. Omdat het openbaar vervoer bij de Dode Zee nalaat en om het tempo strak te houden wordt het een huurauto om de weg te vervolgen. Een scharminkel van een koreaans ding maar wat maakt het uit. Uit Amman komen is de eerste zorg. Het verkeer is een mierenhoop, maar op z'n Jordaans laverend raak ik buiten de stad richting Dode Zee. Kings Highway! Deze weg is al duizenden jaren oud, en werd onder meer door Mozes genomen op weg naar het Beloofde Land. Op de plek waar hij hierop uitkeek is nu een monument. Je kijkt over de rivier de Jordaan richting westelijk Jordaanoever, bezet gebied. De omgeving rond en aan de Dode zee is mooi. Na wat kleine dorpjes daal je af naar uiteindelijk zo'n dikke 400m onder zeenivo, tevens laagste plek op aarde. Je moet er even "op" gelegen hebben. Rechtop blijven lukt heel even, daarna kieper je om als een kegel. Grappig om vanalles uit te proberen in dit zoutbad. Rugliggen is het best. Heerlijk, maar dagen erna nog de zoutkristallen in m'n oren. Gatver wat is dat zout. Het smaakt bitter van zoutigheid. Je ziet de witte zout afzettingen onderaan de rotsoevoers want het peil daalt de laatste decennia sterk. Onderweg kom je meerdere militaire checkpoints tegen. Het blijft immers de grens met bezet gebied, ook al ligt er water tussen. Beleefd knikken is het wondermiddel hier. Where are you going sir? Verzin het maar, alle antwoorden zijn goed behalve: swimming to the other side.
Tegen de avond vind ik een hotelletje in een stadje op de rand van het Dode Zee "gat". Hotel vinden in het Arabisch is weer handen en voeten werk. Tja, geen arabisch phrasebook meegenomen... En door naar Dana de volgende morgen, een schattig klein rots-stenen gehuchtje aan de rand een kloof van Dana Nat Park. De eerste benentest met een 3 uurse wandeltocht. Prachtig hier. Dan DE dag. De dag van Petra. Sinds kort wereldwonder 8. Zodra je de eerste blik van de Treasury ziet door de nauwe kloof werkt het betoverend. Enorm zoals de zon de zacht roodbruine tinten aan deze tempel uitgehakt in de steile rotswand kleurt. Kijken moet je, alleen maar kijken, kunt er geen genoeg van krijgen. Spreekwoord van Napels moet maar eens aangepast worden. Je bent de rest van de dag bezig om zelfs maar een beetje van geheel Petra te kunnen zien. Wadi Rum in het zuiden richting Aqaba is de volgende etappeplaats. Zeg Lawrence of Arabia en ieder weet wat hier te zien is. Het ruige rood-gele woestijn landschap met z'n "Jebels" ofwel bergketens. Werkelijk prachtige landschappen. T.E. zou zomaar voorbij kunnen draven! Aan het eind van de dag klaarmaken voor de nacht in het kamp. Aardedonker in de tent, maar het bed ligt goed. Ik ben de enige in het kamp er is zelfs geen vuur om licht te maken. Heb alles om te eten bij me dus geen probleem. Na een uur komen ze me halen en brengen me naar een groter kamp met licht, eten, een prive hut en een heus werkende disco. Hadden ze me maar in kamp 1 gelaten...
De volgende dag als een streep terug richting Amman. Syrië ligt te wachten. "Effe" de huurauto terug brengen. Zelfde 3 rotondes terug als op de heenweg, geen probleem. Tenminste dacht ik. Uitdagende stresstest om de weg te vinden in zo'n heksenketel met alleen maar arabische borden om je heen. Zo'n 5 keer met handen en voetenwerk de weg "vragen" helpt uiteindelijk. Uiterste creativiteit noodzakelijk hierbij. Meteen de servicetaxi weer door naar Damacus laat in de middag. Voor zo'n taxi vol zit duurt even. Even een hapje eten bij de plaatselijke kabab. Net 2 happen door de keel begint die taxi te rijden! Hup, alles laten staan en weg. Het is goed onthaasten hier.
Gaandeweg in Syrië kan het reistempo wat omlaag. Syrië, met z'n oudst bewoonde steden die bekend zijn. Damascus, Aleppo, al gauw 5 millenia bewoond. Door het hele land resten van griekse, romeinse, byzantijnse, ottomaanse beschaving en niet te vergeten Mesopotamie. En veelal in verbluffende staat. Een enorme historische rijkdom dus. Vanuit Damascus is Hama de springplank naar Craq du Chevaliers, een kasteel uit de kruisvaarderstijd (12e eeuw) ook in een onwaarschijnlijk perfekte staat. Inderdaad 12e eeuw, en binnen in van de buitenwereld afgezonderd kon het ook werkelijk 12e eeuw zijn. Nooit zo'n mooi middeleeuws kasteel gezien. Hama zelf is een heel aardig stadje met z'n houten watermolens en oude kern. Tenminste wat ervan over is gebleven. In negentien twee en tachtig is hier nl. een enorme slag geweest tegen een moslim group door heer Assat toenmalig president. Alles plat en 25k mensen om. Nu nog is deze man prominent aanwezig op grote billboards. Evenals zijn zoon, zijn opvolger, die je met zijn bolle priemende ogen nog indringender aanstaart. Zijn kop wordt zelfs op auto's geplakt. Het is toch gek dat in een republiek zoon vader opvolgt? Tot zover politiek. In dit oude centrum is een oude hamman (badhuis). Moest toch onder de douche, dus ik dacht... Na geschrub en geboen flink uitdampen onder genot van een arabische a capella van de mede badgasten. En een kopje arabische koffie erbij. De plaatselijke kabab "Ali baba" moet in de reisgids erbij. De beste chicken sandwich ooit.
Aleppo is de Souqstad. Van oudsher door alle tijden en culturen heen een trefpunt van de handel. Nu nog. Alles denkbaar is te koop in de souq. Van brood tot bruidsjapon, van meubels tot ijzerwaar. Overal van die dinky toy vrachtwagentjes uit verre oosten door de souq steegjes. Als ze in de achteruit rijden hoor je vrolijk de lambada klinken! Aleppo is ook de stad van de verfijnde Syrische keuken. Allerlei mezze's (aperatiefjes) kun je bestellen, zeer verrassende gerechten en combinaties. En het ziet er prachtig uit. Smullen. Oh ja, de nieuwste trend in Aleppo. Opfrisser in de taxi. Glaasje water meneer? Een druk op de knop op het dashboard en via een slangetje loopt het zo het glas in. Vers getapt uit het ruitenwisser reservoir! Proost.
Syrië is niet compleet zonder de Eufraat. Deze rivier die Syrië doorloopt van noord naar zuid vanaf Turkije door naar Irak, is een levensader voor het land. In tegenstelling tot de rest van Syrië, wat vnl. woestijn is, is het hier vruchtbaar groen. Oude heer Assat heeft er een stuwdam in gezet voor energiewinning, en geeft tevens een exotisch aandoende binnenzee voor de rijkste Syriërs. Een glimp in de verte is genoeg, hou niet van dit dictatoriaal rijkdoms vertoon. Mooier zijn de slingerende Eufraat door het vriendelijke groen en de landwerkers met hun ezekskarren. Verder begrenst deze het oude Mesopotamië, gebied van de oorsprong van de beschaving. In dit gebied van Syrië zijn er vele historische sites, veelal in de buurt van deze mooie rivier. Romeins maar ook echt uit de Mesopotamische tijd dwz zo’n 5000 jaar oud. In Dar ez Zur, de enig plaats van betekenis, is voor mij de Eufraat voor het eerst van dicht te benaderen en wel over een voetgangershangbrug. Uiteraard staat Assat weer te pronken in het centrum van dit nietszeggende stadje. Dit keer per paard. Vanuit dit plaatsje, kun je in zuidelijke richting een aantal oude opgravingen bezoeken. Een prive taxi nemen is de enige goede mogelijkheid om dit te doen. Je merkt dat je, naar het zuiden rijdend, in een andere uithoek van het land komt. Dorpjes worden armzaliger, de sfeer anders, mede door de wetenschap dat Irak is niet meer zover weg is. Opkijkende, verraste mensen die iemand groeten achter een taxiruit. Opvallend zijn de gekleurde 3-wielers die gebruikt worden als kleine vrachtwagentjes. Met een echte jaren 70 Mercedes grille en zelfs dito stuur. Mijn prive taxi brengt me naar een afgelegen zanderige plek. Hier is het dus. Loop daar maar die richting uit zegt de taxi chauffeur. Ik ben hier dus helemaal alleen. Wat een contrast met het overbevolkte Petra. Op het eerste oog is er ook weinig spectaculairs. Wat zanderige wallen en een armoedige overkapping. Maar onder de overkapping begint de oude tijd te herleven. Gangen, een binnenplaats en een troonzaal die deel moet hebben uitgemaaktvan een grote stad in de periode 2800 v Chr: Mari. Even laten doordringen. Dus nog 800 jaar ouder vòòr Chr dan dat het nu ná Chr is… en je kunt er nog doorheen lopen! Geen begeleiding, geen bewaking, je kunt zo alles aanraken. Even verderop is Dura Europos, een Romeins overblijfsel. Een heel stuk jonger, slechts een krappe 2000 jaar oud. Enorme muur, honderden meters in lengte met een imponerende poort. En een nog zeer intact zijnde citadel van waaruit je neerkijkt op de Eufraat. Inmiddels wordt de zon langzaam bedekt. Een bruine zandwolk rolt als een deken over het hele landschap heen en alles hangt opeens in een bruine mist. Zeer aparte atmosfeer. Tijd om terug te gaan richting Dar ez Zur. Onderweg nog even een arabische koffie in een plaatselijk koffiehuis. Zeer armzalig en triest doch glimlachende gezichten als ik vraag voor een foto.
In deze zanderige mist door met de bus naar Palmyra. Door omstandigheden kom ik terecht in een hotel net buiten de stad. Niet optimaal maar allá. Wel, blijkt ’s morgens, een balkon met uitzicht over de bekendste site van Syrië: de oude romeinse stad Palmyra (het enige bijzondere aan dit hotel). Wederom verbaast ook hier weer hoe onwaarschijnlijk behouden alles is gebleven in de tijd. Een tempel waarvan alle binnenmuren nog staan inclusief een groot aantal stenen kolommen en een wal eromheen. Een intakt zijnd amfitheater inclusief compleet podium. Stratenlange rijen zuilen, onaangetast door bijna 2000 jaar aardbevingen… Graftombes met binnen in oorspronkelijk geschilderde plafonds. Het zachte avondlicht maakt alles nog meer bijzonder.
Dag 17 en 18 welverdiend freeweelen in Damascus.
Salam Joop